16 november 2025, een druilerige zondagochtend, 20 geïnteresseerden maakten hun opwachting aan de Westerpoort van het domein van de Abdij van Vlierbeek in Kessel-Lo.
We startten onze gegidste rondleiding in de gerestaureerde abdijgebouwen.
In 1125 schenkt Godfried Met Den Baard, voormalige graaf van Leuven en grondlegger van het latere hertogdom Brabant, zijn domein aan de Vlierbeek aan de Benedictijnen van Affligem om er een klooster te bouwen. Eerst werd in voorlopige gebouwen een priorij opgericht, later rond 1158 werd begonnen met de bouw van stenen kloostergebouwen. Midden 13de eeuw wordt Vlierbeek onafhankelijk van de abdij van Affligem en staat dan op eigen benen.
In de komende jaren verwierf de abdij in verschillende dorpen rond Leuven en Tienen gronden, boerderijen en uitgestrekte landerijen.
In de volgende kamer verhaalt onze gids over de leef- en eetgewoonten van de Benedictijnen in Vlierbeek. Hun dagelijkse routine bestond uit verschillende landbouwactiviteiten en bidden, tot zelfs 6 stonden per dag (van de Metten bij zonsopgang tot de Vespers en Completen op het einde van de dag). 's Nachts hielden ze zelfs hun pij aan omdat ze ook dan opstonden om te bidden. Elke week werden ook alle 150 psalmen gebeden of gezongen.
We leren ook dat gedurende haar geschiedenis heel wat verwoestingen gebeurden en er steeds terug moest worden heropgebouwd, vandaar het eclectische geheel. Tijdens recente opgravingen werden in de beerput tal van scherven uit verschillende perioden teruggevonden. In 1572, tijdens de tachtigjarige oorlog, werd de abdij verwoest door de troepen van Willem van Oranje en de monniken moesten vluchten naar een refuge binnen de stadsmuren van Leuven (aan de Capucijnenvoer).

In 1776 werd de bouw van de nieuwe abdij aangevat volgens de plannen van Laurent-Benoit Dewez, een gerenommeerd architect die ook een tijd in het Rubenskasteel te Elewijt woonde (n.v.d.r. hij was ook verantwoordelijk voor de plannen van o.a. het Tuchthuis van Vilvoorde en de infirmerie van de Sint-Pietersabdij in Gent die we vorig jaar nog bezochten).
Tijdens de Franse overheersing werden de kloosters afgeschaft en zo verging het ook de abdij van Vlierbeek. De abdij werd verkocht aan Jan Antoon de Becker, broer van één van de monniken. Enkele monniken keerden terug maar tot een echte bloei kwam het niet meer. Het kerkgebouw werd wel nog de parochiekerk van de pas opgerichte gemeente Kessel-Lo en de kerkfabriek werd eigenaar.
In 1939 werd de abdij als monument beschermd en de volledige restauratie van de nog overgebleven gebouwen begonnen, die restauratie loopt immers nog steeds. Vele gebouwen waren in de loop der tijden verloren gegaan. Zo is de Tiendenschuur uit de 17de eeuw volledig verdwenen, van de duiventoren aan de Noorderpoort is ook nog amper iets te zien, de rondgang met zijn zuilengalerij rondom de pandtuin zijn volledig verdwenen.
Sommige gebouwen voorzien op de plannen van architect Dewez werden nooit uitgevoerd.
Een wist-je-datje... het nieuwe logo van de Abdij van Vlierbeek is gebaseerd op een teruggevonden basissteen van één van de zuilen van de rondgang.
Etenstijd !!!
Een stevige (nog droge) wandeling naar het restaurant 't Paviljoen opende onze magen.
Het vriendelijke en begripvolle personeel maakte er met de lekkere voorgeschotelde spijzen een topmaaltijd van. Met de hongerigen gespijsd en de dorstigen gelaafd ging het terug richting abdij voor een bezoek aan het abdijdomein en de begraafplaats waar enkele opmerkelijke figuren rusten.
Met een beetje vertraging volgden we de gids van de lokale heemkring die ons gezwind en met veel enthousiasme door het domein loodste.
Naast de hoofdingang (Westerpoort) is in de linkervleugel het Estaminet "In den Rozenkrans" te vinden (vroeger waren er zelfs 2 herbergen naast elkaar). Gezien de verbinding met Ernest Claes aan deze plaats werd hier ook enkel caféscenes uit de serie "Wij, heren van Zichem" opgenomen. Oorspronkelijk heette de estaminet gewoon "Bij Janneke en Bertha" maar voor de serie werd het omgedoopt tot de naam die het tot nu behouden heeft. Hoewel het café ver buiten het centrum van Leuven gelegen is, heeft het een rijk studentenverleden. Van hier trokken begin jaren 1900 optochten naar de Leuven om te betogen voor de Nederlandse taal in het universitair onderwijs, ook Ernest Claes stond op de barricades.
In diezelfde linkervleugel zijn er verder ook nog de bogen van de koetshuizen te zien, vier grote rondbogen die nu echter dichtgemetseld zijn. Daarnaast zou zich de Tiendenschuur hebben bevonden maar die is volledig verdwenen.
In het noorden bevinden zich nog steeds de gebouwen van het landbouwcomplex, deze werden omgebouwd tot woningen. Tussen deze gebouwen en de stallen bevind zich de Noorderpoort, vroeger met duiventoren. Het landbouwcomplex zorgde er vroeger voor dat alles wat nodig was om te leven in de abdij zelf werd geproduceerd. Zo was er in deze gebouwen ook een grote broodoven waar midden 19de eeuw waardevolle 'ketterse' archieven van abt Petrus Paradaens, een jansenist, werden verbrand. Een groot deel van de geschreven geschiedenis van de abdij ging letterlijk in rook op omdat men dacht dat er zich 'verboden' documenten in zouden in bevinden.
Na de buitenkant van het oude abtsgebouw uit de 15de en 17de eeuw en het nieuwe abtskwartier uit 1776 te hebben besproken trokken we via de voormalige pandtuin naar het kerkplein waaronder blijkbaar nog tal van geraamten zouden liggen, dit was immers het oude kerkhof daterend van na de afschaffing van de abdij. Na 1857 echter verhuisde het kerkhof naar de zuidkant van de Onze-Lieve-Vrouwekerk maar de oude stoffelijke overschotten bleven liggen. Onze gids kreeg gezelschap van de beheerder van het kerkhof die ons een heel deskundige uitleg gaf. De begraafplaats werd in 2000 gesloten voor nieuwe begravingen, enkel bijzettingen in bestaande tomben kunnen hier nog. Tal van bekende lokale figuren zijn hier terug te vinden. De Vlaamse spirit is hier niet ver weg; verschillende Keltische kruisen, symbool voor de Vlaamse strijd binnen het Belgische leger tijdens WO1 (denk maar aan het IJzerkruis in Diksmuide).
We zien hier monumentale graftombes van o.a. klokkengietersfamilie Van Aerschodt en het praalgraf van de familie Eduard Remy (stijfselfabriek langs de Leuvense Vaart in Wijgmaal), verder ook nog verschillende hoogleraren van de Leuvense universiteit: familie Thym (eerste voorzitter Davidsfonds), Jef Van den Eynde (studentenleider en boezemvriend van Ernest Claes).
Een poging voor een nabeschouwing "In den Rozenkrans" viel letterlijk in het water, het zat daar al goed vol. We trokken dan maar huiswaarts. De dag zat erop.
Wij willen Karine nogmaals bedanken voor deze prima georganiseerde uitstap alsook onze gidsen voor hun deskundige uitleg.
Wens je nog meer informatie omtrent de abdij van Vlierbeek, surf dan eens naar de prachtige website www.abdijvanvlierbeek.be.
De tentoonstelling "Het verhaal van Vlierbeek. 900 jaar leven in de abdij" is nog te bezoeken tot 4 januari 2026 (www.vlierbeek900.be).
klik op onderstaande foto's voor een uitvergrote versie